Maatschappelijke diensttijd, wat is het en hoe dan?

De maatschappelijke diensttijd

 

18 mei kwamen in De Fabriqee in Utrecht tieners, jong volwassenen, ouders, opleiders, vrijwilligers en staatssecretarissen samen om te ervaren wat de diensttijd inhoudt en om deze te beoordelen. De maatschappelijke diensttijd moet in elk geval het volgende omvatten:

Aansluiten op belevingswereld van jongere
Vrije keuze in wat voor onderwerp of branche 
Het moet concreet wat opleveren voor de jongere

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hebben samen met de Nationale Jeugdraad en de Vereniging Nederlands Organisaties Vrijwilligers deze dag georganiseerd.

Het doel van deze conferentie was om te onderzoeken wat er mogelijk gemaakt kon worden en wat er al mogelijk is om als maatschappelijke diensttijd te worden ingezet. Het verbaasde mij dan ook om te zien wat een waardevol aanbod er in Nederland is als het gaat om jongeren participatie en emancipatie. Met name de projecten door Walhallab en Young Impact spraken mij erg aan en vond ik een goede invulling van deze maatschappelijke diensttijd. Het was ook heel knap weer te zien dat onze overheid, zowel lokaal als landelijk, zich interesseert voor de mening van de bevolking en vooral inziet dat dit geen homogene groep meer mag zijn. Zoals Paul Blokhuis, Staatssecretaris VWS zelf verwoord: “Ik zie hier gelukkig niet alleen.. blanken”. De zaal was dan ook echt een afspiegeling van de samenleving waarbij ongeveer een kwart of iets meer Nederlander was van niet-westerse afkomst.

De maatschappelijke diensttijd zal er voor iedereen zijn en ik ben hoopvol gestemd te weten dat wij er ook aan hebben bijgedragen en dat dit niet het eind is van onze bijdrage. Volgende week zullen de subsidie aanvragen door een speciaal jongeren panel worden beoordeeld. Al is dat nog niet als doorslaggevend voor de toekenning van de subsidie maar hij zal zeker wel sterk meewegen.

De gedachte waarmee ik dan ook wegging was dat er heel veel mooie initiatieven zijn in Nederland en dat als die van elkaar leren en met elkaar samenwerken er een mooie invulling van de maatschappelijke diensttijd komt zoals deze bedoeld is in onze nieuw verworven participatie samenleving. Dus op naar de diensttijd! We want you!

 

 

Spread the love

Vrijheidscollege Flevoland 12 april 2018

Afgelopen donderdag vond in het Windesheim Flevoland het Vrijheidscollege plaats. Deze lezingen gaan in op wat Franklin D. Roosevelt in 1941 beschreef als de vier vrijheden:

De vrijheid van meningsuiting
De vrijheid van religie
De vrijwaring van gebrek
De vrijwaring van angst

Anousha Nzume gaat in op de lange weg die Nederland heeft te gaan als het aankomt op de behandeling van alle inwoners waarover zij, in haar boek “Hallo witte mensen”, blootlegt wat precies dat “witte privilege” dan is. Herman Pleij gaat in op hoe onze vrijheid van meningsuiting in de 16e eeuw door het juiste filosofisch fundament bevordert werd door Erasmus en ook Willem van Oranje die destijds de hoogste adellijke titel hield en dus vrij was zijn mening te geven in het parlement.

Het was ook juist hier, in ons Nederland, waar die vrijheid van meningsuiting zich ontwikkelde, met als begin punt het Plakkaat van Verlatinghe, ook wel the Dutch Declaration of Independence genoemd, waarvan delen uit de tekst letterlijk zijn overgenomen in de Amerikaanse Declaration of Independence. Dit werd ingeluid door de prins Willem van Oranje-Nassau die in het parlement Erasmus citeerde met de zin:

“Ik kan niet goedkeuren dat vorsten over het geweten van hun onderdanen wil heersen en hun de vrijheid van geloof en godsdienst ontnemen”

Deze ontwikkelingen ontstaan in een maatschappij waar kooplieden en ambachtslieden steeds meer recht van spreken kregen en gebaat waren bij een rustig en veilig handelsklimaat. Dit klimaat is in andere gebieden waar zich rijke stadstaten bevonden niet evenzo aanwezig, daar is juist veel oorlog tussen de concurrerende stadstaten waar wij juist concurreerde met de handel. Wij hebben de gouden eeuw in dat perspectief dan ook te danken aan die oorsprong van onze vrijheid van meningsuiting en vice versa.

Nu wij ver voorbij deze oorsprong van Nederlands knapste export product zijn hebben wij te kampen met het andere beroemde export product van Nederland. Of eigenlijk, het restant ervan. Het was namelijk in Nederland waar Aristoteles idee, over dat er twee soorten mens zijn, namelijk: slaaf en niet slaaf, tot wasdom kwam. Dit idee werd nog verfijnd door Sint Augustinus, die stelde dat dit verschil zijn oorsprong vond na de zondvloed door Noach wat voor Christenen heel wat betekende. Het was hier dat belangrijke theologen de slavenvaart niet langer in strijd achtten met ons calvinistisch gedachtegoed en gezien het zeer lucratief was in sneltreinvaart werd ondersteund met beleid van de B.V. Nederland ofwel de WIC. In de tijd dat Nederland slavendreef hebben wij meer dan 500.000 mensen getransporteerd als “levend ebbenhout” waar een niet te verzadigde vraag naar was in koloniën en dan vooral in Zuid Amerika.

Dit is dé grote tegenstrijdigheid van onze gouden eeuw. De eeuw die als voorbeeld diende voor de rest van de wereld heeft verstrekkende gevolgen gehad voor hoe “blanke” westerlingen zich verheven voelde boven “niet-blanken” wereldwijd. Hoewel dit gevoel nu veelal onderhuids en onderbuiks plaatsvind is deze voor bijna elke persoon, die de schijn opwekt niet helemaal Nederlands te zijn, nog steeds merkbaar. En wat nou een echte Nederlander is, dát mag Joost weten.

Als er één ding is wat ik dan heb meegenomen van het Vrijheidscollege is dat misvattingen over de huidige maatschappij de wereld nog niet uit zijn. Een burgemeester van een grote stad en een voorzitter van de tweede kamer betekent niet dat er divers en inclusief personeel is bij de overheid en bedrijven. Wat wel zo is, is dat wij hier, in Nederland diezelfde voorwaarden nog hebben, die ons de gouden eeuw bracht, die het mogelijk maakt om te werken aan een samenleving waar ieder een gewone Nederlander is en niet zoals Mark Rutte, in zijn brief, impliceert de gewone en de ongewone Nederlanders. Wij zijn allemaal mens en in Nederland kunnen wij daar gelukkig vrij over spreken. Lang leven de vrijheid!

Spread the love